|
Jachtenbouw
Beenhakker.
Jachtenbouwer
Beenhakker was gevestigd langs de West-Kinderdijk te Alblasserdam en het bedrijf
zat langs de binnenkant van de dijk, dus niet aan het water. De jachten werden
op een trailer geladen en over de weg naar de klant gebracht.
In 1953 gingen de schipper en de aalmoezenier van Zeeverkennersgroep Titus
Brandsma uit Breda op zoek naar een boot die geschikt zou zijn voor het
zeeverkennen. In samenwerking met de werf Beenhakker uit Kinderdijk werd
een stalen vlet ontworpen die plaats moest bieden aan 6 a 7 zeeverkenners. Deze
vlet zou zowel door spierkracht (wrikken en roeien) als door de wind (zeilen)
moet kunnen worden voortbewogen.
Het prototype (nummer 0) is diverse malen verbouwd en aangepast om te voldoen
aan de gestelde eisen:
- De luchtkasten werden vergroot waardoor de lelievlet onzinkbaar werd.
- De masthoogte werd teruggesteld naar 5.50 meter.
- Het zeiloppervlak naar 12m3.
- Het aantal roeiplaatsen werd uitgebreid van 4 naar 6.
Na uitgebreide proefvaarten werd lelievlet nummer 1 op 12 juni 1955 aan de Zeeverkennersgroep
Titus Brandsma overgedragen.
Inmiddels is de Lelievlet gegroeid tot de standaardboot van vrijwel alle
waterscoutinggroepen in Nederland en lopen de zeilnummers al tegen de 1500.

|