Bericht aandeelhoudersvergadering IHC Caland.

Vrijdag 11-02-05 AMSTERDAM (ANP-AFX) - De aandeelhouders van IHC Caland hebben goedkeuring gegeven aan de verkoop van de Nederlandse scheepswerven. Dit is zojuist duidelijk geworden tijdens een buitengewone aandeelhoudersvergadering in Schiedam.

"De definitieve afronding van de verkoop van de werven verwachten we rond 1 maart", aldus IHC Calandwoordvoerder Hans Peereboom in een telefonische toelichting. Hij kan nog niet aangeven wanneer de naamsverandering wordt doorgevoerd.

Het 'oude' IHC Caland wordt na toestemming vanuit Brussel in tweeŽn gesplitst: het offshorebedrijf Single Buoy Moorings Offshore (SBM), gespecialiseerd in de ombouw van tankers in drijvende olieopslag- en productieschepen en het scheepsbouwbedrijf IHC Holland.
IHC Caland verwierf de scheepswerven IHC Holland, de Merwede en van der Giessen de Noord eind jaren '80 en begin jaren '90 toen de bagger- en gespecialiseerde scheepsbouwactiviteiten nog een bloeiperiode doormaakten. De afgelopen jaren kwam hier de klad in en leed het Schiedamse concern verlies op zijn scheepsbouwtak, onder meer door felle concurrentie vanuit Zuid-Korea.

De werf van der Giessen de Noord moest uiteindelijk zelfs zijn deuren sluiten. In totaal kostte dit IHC Caland euro 70 miljoen, euro 45 miljoen voor de sluiting en euro 25 voor een eerdere reorganisatie in 2002.

Augustus 2003 besloot het bestuur van IHC Caland de scheepsbouwtak af te splitsen van de offshoretak. In eerste instantie werd een beursgang voor de scheepsbouwactiviteiten voorzien, maar door een verdere verslechtering van de resultaten werd begin vorig jaar besloten hiervan af te zien en de werven te verkopen.

December 2004 werd een principeovereenkomst bereikt met Rabo Participaties (Rapar) en het huidige management van de scheepswerven voor een bedrag van slechts euro 6,2 miljoen. IHC Caland, dat vanaf 2 maart zal worden omgedoopt in SBM, behoudt nog een belang in de scheepswerven van 18 procent, maar denkt hier op termijn nog een koper voor te vinden.

Een belangrijke voorwaarde voor de totstandkoming van de deal was dat de kopers Rapar (49 procent) en het management (33 procent) enerzijds en IHC Caland anderzijds een lening van euro 20 miljoen (ieder de helft) moesten aangaan voor een volledige herfinanciering van de werven.
Het uiteindelijke netto-boekverlies voor IHC Caland op de verkoop van de werven komt uit op usd 68 miljoen.

Klik hier om terug te gaan naar mededelingen!